Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|8 dj geschiedenis

Kinderen ! onze tijd is om. Morgen avond zuk fnj hooren waar Jozef gebleven is.

DERDE AVOND,

Gen. XXXIX.

_ Mr. De beminde zoon van Jakob, |de onschuldige Jozef, is nu .een arme flaaf gewoir* den. Met de Arabifchc Kooplieden moest hij voortreizen, of hij wilde of niet. „ Och!" dach' hij al weenende, ,, wat ben ik ongelukkig! Zn „ brengen mij naar een vreemd Land, daar riic? „ mand mijn vriend zal weezen ! Ik zal zwaar moe,, ten werken, en dan nog flagen krijgen. — Mis„' ichien zal ik mijn Vader nooit wederzien: en „ Benjamin ook niet! wat zullen die bedroefd zijn!" Gelukkig was het voor Jozef, dat zijn Vader veel met hem van onzen Lieven Heer had gefproken. Gelukkig was het, dat hij dan aandachtig had toegeluisterd. Nu wist onze .jozef, dat God alles doen kan; dat Hij alles weet en ziet; dat 'er niets gebeurt tegen Gods voornemen, en dat, voor een Godvreezend anensch, alles, eindelijk, goed afloopt. Dit vertroostte hem; dit gaf hem moed in zijn pngeluk, en maakte hem weêr bedaard.

De Kooplieden reisden al voort, met den vroomen jongeling, zonder dat hen iets bijzonders ontmoette. Eindelijk kwamen zij in E~ 1&i(> en wel in de Stada waarin de Koning Van Sgtpte. woonde. Hoe deeze Stad heette, kan ik u met vast zeggen. Denkelijk was het <ie,r£»tad 0$, welke naderhand Heliopolis werd genoemd. Zij lag bij de groote rivier de WjL ^iet ver van de plaats, alwaar deeze rivier mh verdeelt in kleinere mmw» we.lk.ea ein.de-

Sluiten