Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2É>

De KAMEEL

ha ld mogelijk nier. genoegzaam zoude ge fcheenen hebben.

O.ider de Kameelen , vind men eene aanmerkelijke verfcheidenheid welke Oleahus voornamentlijk ppvierftelt, (2) Zij verfchillen in fterkte, grootheid en fnelheid van elkander. Tusfchen de donkerbruinen en lichtgrauwen leggen alle bijzonderheden (Nuanzeti) in de kleur der Kameelen. Daar zijn er, welke tot vijftien hondert ponden toe, dragen; daar tegen dragen de kleinfte niet meer dan zes hondert pond; doch deezen hebben weeder in vlugbeid zeer veel voor, en worden daarom tot PostKameelen gebruikt. Ook wijken zij zeer van elkander in grootheid af. De Heer Muller (£) heeft eenen bultigen Kameel gezien , welkers bult zelfs naauwlijks zichtbaar was, mogelijk brengt het voedfel en gezondheid ook zeer veel tot de grootte van dit deel toe. De knokken van den ruggegraad evenwel maken, gelijk ons gemelden Heer Müller zegt, in 't geheel den bult niet uit; de fpitze uitwasfen des ruggengraads, zegt de groote dierkundige Daibehton (/) doen niets om den bult van den rugge des Kameels voort te brengen; terwijl deezen over de fpitze ftrekkingen van de laatfte wervelbeen en legt, welke gewis de kortfte zijn; ik heb mij zeiven ook door een fraai]

ge-

(/) OtEARius a. a. o. Leo Africanus in zijne De[tript. Africa p. 746. maakt üegts van 3 RafL-n gewag.

(.£) Stat. Müllers Linneijches Nat. Sistem. 1. Th. S. 3/1.

(/) Daubentons Zergliederung des Kameels % Sufou Nat. Bist. XI. S. 151.

Sluiten