Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE STRAFBAARSTE HOOGMOED.

—Oei, Koosje! hoor, breng my myn beste kleed! Maak alles voort tot myn toilet gereed! En kap my wat galant! 'k meen naar de kerk te ryden. — Zó riep een dame, trotsch van zwier, Onlangs tot hare kamenier; Gewoon aan 't modefpel haar' trouwften dienst te wyden. 't Bevallig Koosje komt, met vedren in haar hand, Gekapte pruik, blanketlel, diamant, Veelkleurig lint, en gaas, en fraaije kant, Daar zyde kleederen haar over de armen hangen: Nu ras haar tooikunst aangevangen;

En, byna in één oogenblik, Maakt zy, door 't kostbaar tooverdoosje, 't Grafkleurig vrouwtje tot een roosje,

Daar 't korts een voorwerp was van fchrik: Geen Circe was zo fyn als Koosje!

Zie

Sluiten