Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t$0 NATUURKUNDIG

deelen digter in een gedrongen worden, door' ós toevloeing der nabuurige lucht-,colominen, welke als zo veele tot elkander loopende luchtftrooraen de lucht als in een fchuiven; bij voorbeeld: wanneer door een geduurigen Aroom van zuidwesten en westen winden, de Jucht boven de noordelijke en oostelijke landen al meer en meer opeengefchoven wordt, tot dat deze wind, als 't waare uitdijt, zo dat allengskens ftilte en vervolgens weder een zagte droom van het oosten naar het westen gebooren wordt,dat is oosten wind; zo zal de Barométer voor zeker rijzen, en dus meerder zwaarte der lucht aantekenen , terwijl het aangenaamer en fchoone weder ons verkwikken zal. Alle noorden en noordwesten winden fchijnen in ons land de lucht zwaarer te maaken , door dien de Barométer dan meest altijd rijst.

Ook wordt de lucht zwaarer, wanneer dezelve vreemde deelen inhoudt.

2. De lucht wordt ligter, wanneer zij, minder door nabuurige luchtftreeken gedrukt, zich meerder uitzetten kan.

Wanneer dampen, die in dezelve zweefden, beginnen faam te vloeien en te vallen: want wij hebben in de Tweede Zamenfpraak van het Vierde Deel u aangetoond, dat geduurende den val van een ligchaam , door een vloeiliof, hetzelve niet meer weegt dan die vloeiftof ter groote van het ligchaam weegen zoude. Dus weegeu de zaamgevloeide dampen, ttje in regendroppen nedervallen, geduurende den regen niet meer dan de lucht, ter grootte der vallende regendroppen, terwijl dezelve, zolang zij als dampen in de lucht zweefden, met hun volle gewigt de lucht verzwaarden : van daar de laage3 of daalende Bumméter, bij regen.

Een fterke wind moet ook den Barométer doen daalen, dewijl de lucht, in zulk een fnelle ftroom zijnde, niet met die kragt drukken kan, waarmede z\\ ftiizijnde drukt,en de dampen dus fchijnen ligter te

wor-

Sluiten