Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 19 NEGENDE TOONEEL. JULIA, geheel gekleed; HENRY, DAVIDSON,

EEN KNECHT VAN LORD FALKLAND.

JULIA, binnenkomende.

Heintje.. hoor! Papa zal heden trouwen. DAVIDSON, met verwondering het kind aanziende. Papa zal trouwen! wel wie heeft u dat gezeid?

JULIA.

Myn lieve ISetfy, en die heeft my nooit misleid. Ze is naar den predikant geweest, en om die reden Heb ik my ook van daag zo netjes moeten kleeden.

DAVIDSON, tegen den knecht van Falkland. Gy hoort het. Zeg Mylord dat myn Patroon niet eer Dan morgen zyn bezoek ontfangen kan.

(Hy zet ziek weêr aan 't fchryven.) DE KNECHT VAN FALKLAND.

Mynheer!

Gy kent myn meester niet;hy is naargeestig,daagen En nachten doet hy niets dan zuchten, kermen, klaagen. Zo ras hem iets in 't minst niet naar den zin is, word Hy oogenbliklyk in zwaarmoedigheid geltort; Hy is gantsch rusteloos, en wilde zelfs deez' morgen , Eer 't dag was, dat ik hier zyn boodfehap zou bezorgen. Zo 'k nu dit antwoord breng, zal hy in zyn verdriet...

DAVIDSON.

Hy koom' dan als hy wil; maar ik begryp u niet; Hy zelf zal klaarder, zo ik hoop, te kennen geeven Wat hy begeert.

(De knecht van Falkland vertrekt.)

Zie zo; dat is weêr afgefchreven.

(Hy

Sluiten