Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 W I L S O N;

EMILIA, haar wenkende te bly ven. Neen, kindren! blyft nu hier; 'k beloof het u; voortaan: Zult gy ons ieder' dag gezelfchap moogen houên.

(De kinderen zien misnoegd haar na , en blyven eenigt oogenblikken zonder te fpreeken.)

ZESDE TOONEEL.

JULIA, HENRY, DAVIDSON.

KJ U LIA, met haar' broeder voor op 't Tooneel komende. om, Henry! laat ik uw gefchenk nog eens befchouwen:

(Henry vertoont eene fraaije brievetasch aan zyne Zuster.") DAVIDSON, uit de winkelkamer komende, en al mymerende heen en weder gaande. 'k Word waarlyk ongerust; zou Sudmer..? Hoe het zy, Daar hapert vast iets aan. Zo even vroeg men my Of ik van hem niets had gehoord; dit doet my vreezen. Ik kan nogthans niet zien , wat dit zou kunnen weezen... Doch George komt ook niet weêrom. (Terwyl Davidfon de deur van de winkelkamer nadert, word die door Betfy geopend voor Mylord Falkland, die binnen komt, en door haar gevolgd word, Falkland is zeer kostbaar gekleed, en draagt een ridderteeken.)

ZEVENDE TOONEEL.

MYLORD FALKLAND, JULIA, HENRY, DAVIDSON, BETSY.

EE TSY, tegen Falkland.

Mylord! zie daar, Spreek,

Sluiten