is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandelingen van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'5'24 JAN PETERSBN MÏCHELt,

eene oorzaak is, die zeer dikwils zenuwziektens voortbrengt. De opvoeding brengt de zaden van deze oorzaak Eeed3 mede: . dewijl

men de allerfamengefteldfle denkbeelden van het Opperwezen, en den Godsdienft te vroeg aan de kinderen mededeelt.

De ziel immers is dan noch niet volmaakt, of ten minften de werktuigen, waar door zij op het lichaam werkt, zijn noch niet inden ftaat der vol-

riiaakthsid. Hier door ziet men dikwerf,

dat, fchoon de ziel denkt, en de denkbeelden, die zij zich van de dingen maakt, verzamelt, zij zich met te veel angft vermoeit, in het opfporen en nagaan der zaken , die dikwerf voor den ftetveling met een floeis bedekt en oropfpeurbaar

Zijn. Hier uit. komt eene ftomphe-id in hs:

donken, eene verzwakking van het zenuwgefte1, verwarring der denkbeelden, hypochondrie, ijling, droefgeeftigheid en dolheid dikwerf voort. En waarom zoude deze oorzaak geen vallende ziekte, dewelke de beroemde vAcj Swieten en Tissot ^o) van het te flerk infpannen van den geeft, in minder bejaarde voorwerpen, waarge* nomen hebben, kunnen veroorzaken ?

X. On-

0) Zie Tijsot Tom. II. F, 1, }. iS8 op it aar.g«k fkttt.