Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van'sHeilands Eorgtcchteltjk Lijden. 25

M e n a n d e u.

Maar die, het welke ons volgens u zeggen eerst te doen ftond, nu afgehandeld hebbende, mag ik dan wel vraagen: waar gij nu ten tweeden toe wildet overgaan ?

Filo.

Ik wilde nu met één woord aantoonen, hoe men in dit vonnis de tegenoverftclling van misdaad en ftraffe zou kunnen ontdekken.

Menander. Daar verlang ik zeer naar.

Filo.

De zonde is oproer tegen God, wederftreven tegen zijne hoogheid, de mensch wil God gelijk zijn, hoe billijk wordt dit kwaad, met yerfmaadende, met Jcliandelijke Jiraffen vergolden? De mensch heeft door 't zondigen,

't onzichtbaare goed ver fmaad, en 't zichtbaar e verkozen, dit wordt billijk door gemis van ge. neuchten geftraft. -Door de zonde bejaag¬

de de mensch een meerder genot van wellust, hoe wijs en rechtvaardig is 't befchikt, dat [inerte zijn deel wordt. *

Dus

* Vergelijk ten aanzien der zonde Gen. W: 5, 6. daar vindt men hoogmoed, oogenlust, en wellust, juist als 1" oh. ïl; 16; en zie ten opzichte der ftrafL* Gen. III: 16-19. B 5

|

3ESPREK.

Sluiten