Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de Overpriesters. 231

raad! fhoodfte geveinsdheid! vloekwaardige ontrouw! overleggingen die in de helle gefmeed, zijn! opcenftapelingen van de fnoodfte wandaa-

(jen! ö gruwelen! verdubbeld veeltal van

gruwelen, die ik hier zie, die mijn hart doen bloeden, die mijne oogen, als of 't fonteinen waren , van traanen doen ontfpringen !

Rampzalige Judas, ik beklaage tevens, terwijl ik u verfoeië, uwe keuze en uw lot.

Welk een gezelfchap verliet gij? Dat der Jefus lievenden, 't gezelfchap van die gelukkigen , welke hier op aarde getuigen van den overvloed der Godlijke genade, van 't heil van Christus zouden zijn, en die aan den verheerlijkten hemeltrans eeuwig als fterren zullen fchitteren!

Werwaards vervoegde gij u? Bij eene fchaare van nietige herderen, dieven en moordenaaren der kudde, bij grijpende wolven, met fchaapsvachten omhangen!

Rampzalige wisfeling! welk beginfel drijft u hier toe aan? — Laage hebzucht, vuile gierigheid , een hand vol flijk, kan u tot de verfoeilijkfte ondaaden vervoeren! — ongelukkige , uw geld zij met u ten verderve, gij verliest de fchatten van den hemel voor 't beguichelende zilver, voor een handvol penningen! — Befchreiënswaardige flaaf uwer driften, gevangene P 4 des

1H.

OVER•E1VKING.

Sluiten