Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI.

OVERDENKING

* Jeh. I: 49. en 51. t Openb. II: 23.

VIJF.

510 De bloedige en aanhoudende enz.

aankomst van verre, Hij zag den fnoodaart zo, , wel, als Hij voorheen Nithanaël onder den vijgenboom had gezien, zonder bij hem te zijn ! *

Geen wonder dan, dat alle de gemeenten weeren moeten, dat Hij 'i is, die harten en nieren onderzoekt, t

Zoo eindige ik nu mijne befchouwing van dit bange worftelperk, waar in ik mijn' Verlosfer zag ftrijden.

Ik verlaat Gethfemane, niet zonder aandenken echter, van 't gene ik daar zag gebeuren: dit blijve fteeds in mijne gedachten, deze leerfchool zij mij ter geduurige onderwijzing, in alle gevallen van mijn leven! De bloedfontein, in

Gethfemane reeds ontfprongen, die ik op Golgotha met volle ftroomen zal zien vloeien, zij ter reiniging van mijne ongerechtigheid! —- De angften, in dit bange ftrijdperk geleden, moeten dienstbaar worden, om mij van 't zondigen aftehouden.— Dezielsbenauwdheid, daar verduurd, kan met al 't leed, dat mijn Heiland onderging, de bron van vreugde en troost voor mij, in 't bange fterfuur zijn!

„ Verleen mij die genade, eeuwiggezegende „ Verlosfer, dan zie ik, in den hemel, nog jui„ chende te rug naar Gethsemane !

Sluiten