Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 37 X

feeeft, eenen gehangenen booswigt nog voor den nagt af te neemen, en te begraaven. Ten tweeden dat, wel is waar, de Talmudiften by deeze gelegenheid, om redenen, welke ons geheel onbekend zyn, beveelen, dat men geen dooden moet laaten overnagren, maar egter fpreeken zy alleen van menfehen, die voor zeeker dood zyn; en daar is geene plaats, waarin zy zeggen, dat men een menfeh op den zelfden dag, op welken hy denlaatjlen adem uitblaast, ter aarde moet beftellen. Ten derden dat, al is het, dat het fchynt, dat zyop de eene, of andere, plaats ftellen , dat de afwezigheid der ademhaaling een teeken des doods is, dit egter, daar ten hunnen tyde de Geneeskunde nog maar zulke geringe vorderingen had gemaakt, hun niet tot een verwyt van onkunde kan ftrekken. Men had toen nog geene kennis van die middelen , waardoor men thans gehangenen, verdronkenen , door beroerte getroffen, menfehen, zulke, die door vryflerzieke toevallen als verflikt zyn, en anderen meer, veele dagen, na dat zy geene blyken van ademhaling meer gaven, in het leven kan bre gen. Ten vierden dat zy zoo weinig vertrouwen in dit teeken, als in eenig ander, uitgezonderd de verrotting, gefield hebben, dac zy veel eer zelfs waarfchouwen niet te voorbarig te zyn, en ten minflen drie dagen den dooden met oplettenheid te bewaren, dewyl hun zelfs twee gevallen bekend waren van menfehen, die , jiadat zy drie dagen lang hadden gefchenen dood C 3 tQ

Sluiten