Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 18 )

togt moge vatten. Anders moet gij flegts de gordijnen toefchuiven, aan die zijde, van welke de togt komt, en dan kunt gij deur en venfters gerust open zetten.

c~) Zo dikwijls als de zieke afgaat, moet dien afgang aanftonds worden weg gedaan. Ook moet alle twee uuren met jeneverbesfen, zuiker, doch allerbest met azijn, worden gerookt; gij fprenkelt naamlijk den azijn op gloeijende kooien, of een heet gemaakten fteen. Ook is het zeer goed, van tijd tot tijd een weinig azijn op den grond en tegen de muuren te fprenkelen.

d*) Laat nooit na, den zieken, zo dikwijls als het noodig is, en zijne omftandigheden het toelaaten, een fchoon hemd aan te trekken. Dit gefchiedt zonder eenig nadeel, wanneer men het hemd vooraf wél warmd, en met zuiker of jeneverbesfen wél doorrookt; alsdan werpt men dit over het hoofd, dekt de zieke toe, en trekt het vuile hemd over de voeten, onder de dekens, weg. Doch daarbij moet men een tijd waarneemen, dat de zieke niet in het zweet ligt. En zo moeten ook, dagelijks, ten minften eens, het aangezigt en de handen van de zieke met water en azijn worden gewasfchen.

e) Een zieke moet men nooit eeten aanbieden, maar wagten, tot dat zij het eischt; des mag men haar nog veel minder daartoe perfen. Ook moet men haar, nooit, zo veel te eeten geven, als zij wel wilde. De beste tijd tot eeten is die geen, wanneer zij zig gemaklijkst bevindt, het welk gemeenlijk vóór den middag is.

n ai-

Sluiten