is toegevoegd aan uw favorieten.

Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PLAAT

CCCCXXXIII. 33

WILDE MUNT.

L* XlVde C L A S S E.

Zie LinnjEUS Nat. Hist. door Houttuijn, ILle Deel IXde St., bl. 319.

munt met langwerpige Aairen, de Bladen Lancetvormig, naakt , Zaagtandig, ongefleeli, de Meel draadjes langer dan de Bloem.

a. De eenbladige gepijpte vijftandige Kelk.

b. De eenbladige gepijpte Bloem met vierdeeligen Rand.

e. Dezelve geopend met twee lange en twee korte Meeldraadjes.

d. Het vierfpleetige Vrugtbeginfel, de draadswijze Stijl en dubbelde Stempel

bloeitijd. Groeit overal aan *f water en ïompagtige Plaatfen twee voeten hoog. ïn Nederland aan de\ Bouwlanden, en bloeit in Augustus\ en September.

M E N T H A S IJ L V E S T R I S-.

CLASSIS Xllltia.

Conf. liknjeiSijst. Nat. Ed. gmel ini, Tom. lldi part. Ildce pag, go2.

mentha Spicis oblongis , Foliis oblongis tomentofis , ferratis (piiofs) fesfilibus, Staminibus Corolla longioribus.

a. Perianthiura monophijllum , tu* bulatum quinque dentatum.

b. Corolla monopetala tubulata, limbo quadriparti'.o.

c. Eadem aperta cum Staminibus duobus longioribus & duobus brevioribus.

d. Germen quadriiïdum. Stijlus filiformis & Stigma bindum.

temp. flor. Ubique crefcit ad aquas & in locis paludofis, altftudine bipedali. In Reipublica ubique ad agros cultos. Flortt Augufto & Septembri.

gebruik. Herba Menthae Sijlvcfltis word in de Winkels gebruikt. Alle Muntzoorten komen daarin met malkanderen overeen dat zij oplosfend, pijn- en krampftillend, famentrekkend de Maag en Ingewanden verwerkende zijn, en hetonderfcheid is alleen daarin vastteftellen, dat de eene zoott fterker werkings vermogen boven de andere bezit, zo als deeze bij voorbeeld fterker is dan de Menth. Aquat., en in tegenover gefielde weder minder kracht bezie dan de Menth Crifpa, beha Wen dat zij meer famentrekkende is. Dee. ze hteft een bitteren, heeten, kruidachtigen Smaak, die zelvs de Mond min of meer aandoet en eene welruikende, doordringende geestige Reuk. Zij word bij den Steen.de Vrijsterziekte, de Colijk, fira^kingen enz. geroemd, üi erlijk heeft zij gelijk de andere Muntzoorten als Z01* opflorpend Middel bij van Zog opgepropte Terftopte Borsten of tot llooving en bedding, veel aanzien.

AKKER