Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W vastgejlelde regels van het Damfpel. I. Hoofdft. il b. v. Een dam op 23 ftaande kan op elk der ppene ruiten van den lynN°. 5. tot N°. 41 incluis, en van den lyn No. 1 tot 50, neergezet worden; welverftaande dat hy, by ieder beurt van fpeelen op niet meer dan op een der ruiten teffens van den lyn op welke hy ftaat, plaats neemen mag.

Ook vermag een dam geenzints over twee fchyven , die eikanderen op zyn lyn dekken, heen te fpringen, en zich achter dezelve plaatzen.

b. v. De dam op No. 5. ftaande mag de twee fchyven van zyn party, op 32 en 36, niet overfpringen, noch als dan plaats neemen op 41. •

Een dam, een ongedekte fchyf van zyn party op deszelfs lyn ontmoetende, mag die fchyf weg flaan.

b. v. De dam van A No. 1, vermag de fchyf yan B, N°. 23 weg te neemen.

Wyders heeft een dam het vermoogen om te flaan en weg te neemen niet alleen alle de ongedekte fchyven van zyn party die op zyn lyn flaan , maar zelfs alle ongedekte fchyven' van zyn party dien hy in den loop van zyn liaan op ruiten ontmoet die buigingen zyn van den lyn op welke hy geflaan heeft, óf door flaan gekoomen is.

b. v. A heeft een'dam op No. 5, en B vyf fchy, ven op 7, 14, 26, 28, 38. A moetende fpeelen , vermag nu alle die vyf fchyven te flaan tot op No. 3 ; om dat, 14 geflagen zynde tot aan 23 , ü 8 een leiding der lyn van 23 is; 3 8 een leiding der lyn

van

Sluiten