is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over het damspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Proeve van een remife fpel. IV. Hoofdft. 57

te kunnen dekken, als waar in A zich zou gefield hebben zyn 10 te kunnen dekken , wanneer hy, Cgelyk wy aangetoond hebben; 15 op 19 gefpeeld had, en B daar op met 29 afgegeeven had. Zal B dan met 49 op 45 fpeelen? Doch zo wel als wy, om reden, in A het afgekeurd hebben van te fpeelen met 2 op. 6, zo wel zouden wy het om die zelve reden in B moeten afkeuren zo hy met 49 op 45 fpeelde. Wat dan ? Daar A met a7 op de aanval flaat, dat is, dat hy ter wederzyde een ongedekte ruit vind, kan B niet beter doen, (naar de aangeweezen gronden fpeelende,) als die fchyf, door middel van 37 op 32 te fpeelen , niet zyn volle werking te laaten.

A. 11 op 16V

A, om niet nutteloos te moorden, of te fpeelen het geen reeds aangetoont is, niet goed te zyn, kan niet beter fpeelen als met 11 op 16, met oogmerk om zyn fchyf 27 , de eenigfle dien hy ongedekt heeft, te verflerken,

B. 32'op iC.

B fpeelt hier op 32 op 26; reden genoeg, dat hy A bepaald wat hy fpeelen moet.

A. 16 op 22. A, door B daar toe bepaald zynde,, fpeelt 16 op 22,

r> 5 A 43