Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ef zetten. XI. Hoofdft. ziy<

(Aanwyzing van de 22. zet.~) A fpeelt 14 op 19. B flaat met 25 op 14.

.—34 op 38. met43 , twee tot

op 25.

« 33 OP 37- met 32 op 43.

> 12 op 16. —- mct ir op 22.;

23 op 17. met 22 op 33.

24 op 29. met 25 op 34.

flaat met 39, drie tot • met 50 op 39*

op dam 48. flaat met dam 48, zes tot op 10.

A moet vervolgens niet anders fpeelen als van ïo op 46, en van 46 op 10, zo nochtans dat hy, wanneer B zyne drie fchyven op 20, 29 en 40 zal geplaatst hebben, dan op 28 moet gaan. B eindelyk naa 't afgeeven van twee zyner fchyven , met 20 op 15 fpeelende, zo moet A daar op zich terftond meester maaken van de lyn tusfehen 5 en 41, op dat hy, zo dra B van 15 op 10 fpeelt zyn dam. op 5 zal kunnen en moeten plaatzen, teneinde, door het \ ofluiten der fchyf 10, het fpel te win-

O 5

(Aan.

Sluiten