Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VASHODTEN". i

toevallige Verfteenin'gen (c), die men b'evor den heeft , vath Hout eenige Jaaren te laate leggen ónder Schulppaden, alwaar buiten twy fel het doorzypende Vogt de Zoutige Kalk deeltjes daar in voert. Ik fteb ftukken zodanij geheel wit verkalkt Hout van Brusfel, dat uii Zee afkómftig fchynt , dewyl het zig vertoom als met de Paalwormen, Gipsachtig verfteend: daar in.

Alzo 't waarfchynlyk is, dat de Keizeis en ïdërgelyke Steenen, die aan 't Staal Vuur geeven , van Kley afkómftig zyn , welke , met eenig Kryftallyn Vogt gemengd , dermaue Glasachtig verhardt; zo is 't niet te verwonderen i dat eert dergelyk Vogt, in de gedagte Buisjes van het Hout indringende, daar aan de zelfde hoedanigheid geeft. Waarom zou zulks daar in zo wel niet gebeuren , als in de holligl-eden dér Zee-Appelen en Cönchyliën? Zeer zeldzaam, echter, kómt Verfteend Hout voor, dat de Kleur van de gemeene Vuurfteeïien heeft: rhaar menigvuldig Achaat- en Jaspis^chtig Hout. Onder het Kryftallyne Vogt, dat in hetzelve gedrongen is , moeten deeltjes

van

tien, Kalk en Azyn , van elks even veel, rfaar BLEGNYvar» fpreekt: of, zo Boylk leert, in een mengzel van versch, tot Kalk gebrande Alabasrer met Wsrcr: maar de Zweedle Mineralogist BBomell bekent , dar geen van deeze Manieren, fchoon verfcheide maaien geprobeerd, hem geluktzyni Wall. Syfl. Mn. iïi p. 404.

B

III. Deel. II. Srvt.

7

1 APnEELi

XI.

HpOFDo • STUK.

I

der Keil

fe'- Achaat; en J ispis» acinige.

Sluiten