is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der dieren, planten en mineraalen [...]. Derde deels, tweede stuk. De delfstoffen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

154 Steenen gegroeid

I.

Afteel.

XV. Hoofdstuk.

OccidentaallcheJJezoar.

I

De OcQ,identaa:fche Bezoar , welke van Peru en me de Spaanfchè Westindiën in menigte aangebngt plagt te worden , zo Se ba meldt; is naauwlyks zo veel Stuivers het Onee, als de andere Guldens waardig. Dezelve , zegt hy, groeit in de Maag van wilde feiten of Hertebokken , die de Bergen beklimmen. Deeze Dieren beb ik voorheen , onder den naam van Bezoar ■ Hert , befchreeven en van de krakten van den Occidentaalfchen , in vergelyking met den Orienraalfchen Bezoar , omftandig gefpro' ken i). In 't midden van deeze zit, zo wel als in de andere, een Strookje, Blaadje of eenig Mos, waar de Steenige Suffe, by Schilfers of Korden , om heen groeit; maar dikwils is daar binnen eenige Haairigheid vervat. GeJagte Herte-Bokken loozen denzei ven door den Afging, zelfs met het Zakje, waarin hy is geboren. Van buiten zyn die Steenen rok wel Haairig en van Kleur bleek Aschgraauw 0f geel met bruin gemarmerd.

Deeze Occidentaalfche Be?oar fchynt kleiner te vallen dan de Orn ntaalfche, waar van men forntyds ziet ter grootte van een Hoender Ey. Zulk eene, die een Oi ce woog, zegt Tave rnier, was in Inuie honoerd Guldens waardig, en hy hadt 'er een, van by de vyf Oneen,

U) Nat. Uijl. r, D. iii. stuk, blad». 134, enz. U) Nov. At~i Ph.t AUd, Vol, Hl, p. 300 8c Vol. iv. >. 377» Tab. vi. 7.