Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OF KLAPPEilST KENEN. SIJ

! de zyn geweest , gelyk wy thans zodanige

j Steentjes hebben, en ik een grooten bezit, platrond, byna anderhalf Duim in middellyn, waar in men het Vogt zeer duidelyk kan zien. Deeze is doorfchynend , wit , glad gepolyst Chaicedoon.

Hoe het bykome , dat zig Vogt of Water bevindt in de geflooten Steen , hebben de Ouden niet kunren begrypen. Zo het Watei ontftaat uit eene fmelting van den Steen , vraag-

i den zy; waarom fmelt dan niet dezelve geheelena! ? Zo het 'er van buiten in kwam , dagten

i zy, dan kon het 'er, door den zelfden weg ,

ji weder uitgaan. Men vondt 'er, die zulks by het zwceten der Steenen , in Dooy - Weer,

\ wanneer de Dampen der Lugt zig door de Koude daar aanzetten, vergeleeken. Doch 'l is waarfchynlyk,datdit Water, by de vorming van den Steen , daar in beflooten zal geraak zyn, of dat hetzelve, uit de weeke Stoffe naai *t midden geperst, geen uitkomst heeft kunner

. vinden.

Dit blykt te meer, om dat men in fommige ! Kryltallen ook Water vindt , hoedanig eer Stukje ik bezit, en waar van een ongemeei groot en fchoon Stuk, ten pryze van honderd

twin

(ƒ) PLiN. Wft. Natur. Lib. 37. Cap, at, Lilt. b. fe

aind. Boot, Lapid p a8t. (g) calceol, Mui. p. 3**.

O 3

VI. Deel II. Stuk.

I.

Afpeel.

xv»;

Hoofd» s rus.

Waitr* Stetn.

' Kiyftal met Water,

t

Sluiten