is toegevoegd aan je favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der dieren, planten en mineraalen [...]. Derde deels, tweede stuk. De delfstoffen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t

Afdeel XXIV. Hoofdstuk.

Kali? linzen.

XXV. HOOFD'

<Ï4<j De Krïték.

binnen zyn zy digt van zelfftandigheid en Kalkof Tufachtig. De figuur en grootte komt by* na met die van 't Linzen-Zaad overeen, en, dewyl menze op de Velden omftreeks Bethlehem, of wel voornaamelyk op éénen Akker vondt, gaf dit aanleiding tot de Fabel, dat zy uit vervloeking zouden ontftaan zyn. Een Mon* nik, een Boer voorby pasfeerende, die aan 't zaaijen was, vraagt hem wat hy zaaide, en kreeg, boertende, tot antwoord, Steentjes: waar op de Monnik, uit verontwaardiging, het Zaad iri Steen deedt veranderen. Heerlyk uitgevonden om 't Volk ontzag in te boezemen voor de Geeftelykheid! De beuzelachtigheid , hier van, ondertusfchen blykt, doordien menze ook in andere Landen en op Bergen vindt. Zy hebben een fcherpen rand, zyn graauwachtig wit, en geheel van eene Kalkachtige natuur; waarfchynlyk op dergelyke manier als de Tuffteenen geboren. Ja de Ridder acht, dat zy misfchien zo wel tot dat Geflagt, als de twee voorgaande Soorten tot de Zanden, betrokken hadden kunnen worden: maar, we* gens de Kalkachtigheid, hadt zyn Èd, dezelven hier t'hüis gebragt.