is toegevoegd aan uw favorieten.

Natuurlyke historie of Uitvoerige beschryving der dieren, planten en mineraalen [...]. Derde deels, vyfde stuk. De mynstoffen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLA.DWYZER. 5. Pentandria.

de Bloem onregelmaatig. Nov. Gen. Amer. Jac'q. p. 62.

Itea. Het Zaadhuisje eeDhokkig tweekleppigs de Kelk Bloemdragende, met een ftompen Stempel. 4. 335

Sauvagesia. Het Zaadhuisje éénhokkig:hec Honigbakje vyfbladig: de Bloemblaadjes met franje. g.602

Caroxylon. Het Zaad gerokt: de Bloem vyfbladig: een vyfbladig famenluikend Honig, bakje in de Bloem ingeplant. Nov. Gen. Thunb. Disf. li', p. 37.

Lopiianthus. Een glad Zaad, in een ruig Omwindzel , van den eenbladigen Kelk gefprooten. Forst. Mar. Auftr. N. 14.

Brunia. Een ruig Zaad : de gemeene Stoel pluizig: de Meeldraadjes in de Nagels der Bloemblaadjes ingeplant. 4.318

Kviin t a. Een pluizig Zaad: de gemeene Stoel naakt. &^l3

Nauclea. Een Tweehokkig Zaad: de gemeene Stoel naakt. b. 79

8. De Bloemen vyfbladig, boven de Vrugt.

Carpodetus. Een vyfhokkige, gezoomde^ drooge Bezie. Forst. Mar. Auftr. N. 17.

Ribes. Een veelzaadige Bezie: de Kelk Bloem»

draagende: de Siyl tweefneedig, 4.336

Escallonia, Een veelzaadige, tweehokkige Bezie: afftandigé, Tongachtige Bloemblaadjes: een geknopte Stempel. Nov. Gen Suppl. Linn. p. ii. Ee .5 He.