is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginsels der meetkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.Ajd. OverdeParalklop , Prismas, enPyramid&n. 303

Zy C A = FI: CE de loodlyn uit Cop het vlak MAD nedergelaaten: trek AE: dus is (X.Bep.4.) L CAE = L I V L.

Zy MA — G F: trek door M en E de lyn M E D: vervolgens MC, CD.

Men moet bewyzen dat Z.MAC = LGFIenLCAD = LIFH.

bewys. In de driehoeken FLI en EAC, is AC = FI; L CAE = L IFL: L FLÏzZ LAKC zz L dus i\ AE — FL: LI = EC: (I, 8.; verder L GFL: L LFH = L MAE: L EAD. (onderftel) dus (III, 8.)

L GFL + L LFH: LMAE + LEAD — L GFL: L MAE = L LFH: L EAD. of

Z. G F H: L MAD = L GFL: Z.MAE = L LFH:

L EAD

en dus (UI, 9) omdat L GFH = L MAD

is 20. L GFL = L MAE en L LFH 55 L EAD.

Dus is in de AA GFL en MAE,

GF= MA: FL = AE:en LGFI =LMAE(N»2.)

dus 3". L FGL — L AME: en GL = ME. (I, 8.)

a°. Op de zelfde wyze in AA LFH en E AD ts

LH r ED.

En dus, in AA GLI en MEC, is

LI = EC (N°. 1.:) GL = ME (N°. 3:)

1GLI = L= MEC: dus (I. 8-)

50. MC = GI.

6°. Op de zelfde wyze: IH = CD:

dus is in AAGFI en MAC, GF = MA: FI = AC

(bereid) : en GI — M C N». dus

7°. L GFI = L MAC (I. ra:) en op de zelfde wyze

MFH = L CAD.

Bb 5 I. GE-