is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondbeginsels der meetkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I, Afd. Over de Parallelop jPrismas, en Pyramiden. 397

CIOP afteneemen, en er een gemeen ftuk LMNKPO by te voegen.

II. geval.- Fig. 117. Wanneer niet alleen de r—1 r~\ 1C K N en F E L M in andere vlakken ftaan dan de pp ABKN en HDLM, maar ook de Q Q NI FM en K C E L in andere vlakken ftaan dan deooAtlMNen BDLK: zo dat het parallelopipedum NE ten opzichte van het parallelopipedium MB, aan beide kanten helt. bereiding. Men verlengt de lynen EC, FI, AB, HD, zo dat zy zich in P, Q, R, O fnyden: waar door een pa. rallelopipedum POR LM ON gebooren wordt, dat met betrekking zo wel tot het parallelopipedum MB , als tot het parallelopipedum N E, in het eerfte geval ftaat. bewys. Uit het eerfte geval.

I. aanmerking. De reeden van de gevolgtrekking en dus in bet Voorftel vermeld, blykt uit X, 7. het I. Gevolg en X, Bepaaling van dit Boek.

II. aanmerking. Men ziet dat het bewys van het eerfte geval juist bet zelfde is en op de zelfde gronden fteunt als dat van het I. Voorftel van het II. Boek , behalven dat hier van parallelopipeda, daar van parallelogrammen gefprooken wordt.

GEVOLG.

Dus is een feheefhoekig parallelopipedum gelyk aan een rechthoekig , dat op het zelfde grondvlak ftaat, en de zelfde hoogte heeft: en dus zullen in dit parallelopipedum de zyden van de parallelogrammen , welke rechthoekig op het grondvlak ftaan, gelyk zyn aan de hoogte van dat feheefhoekig parallelopipedum: dat is aan de loodlyn die .tusfchen het grondvlak en de bovenfte oppervlakte der beide paralklopipeda begreepen is.

VIII. VOORSTEL. Fig. Il8,

Paralklopipeda die op gelyke grondvlakken (EG,

en