is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandeling over de venus-ziekten.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

© (5? ©

§»' xviil

Vin de ÜilWasfchen der Beenderen , de Kneep* en Gom - gezwellen*

DeeZe toevallen zijn alle ziektens der Beenderen, en doen dezelve zwellen. Wanneer zij van naam veranderen , is dit naar maate van de hardheid , de zwelling of het foort van ftoffe, welke het gezwel bevat. De eene zijn wêerftandbiedende , en hebben eene ge» fchiktheid zeer nabij de verharding, zelf tot het Knoestgezwel. De andere hebben eenen meer werkzaamen oorfprong, waardoor dezelve tot verettering gefchikt zijn. Zij zijn min of meer diep gelegen.

De beenderen, waar uit het hoofd is zamengefteld, die der beenen of fchenkels, die van de voorhand , yan de agterhand, het fchouderblad, en der voorarm zijn het meest onderhevig aan deeze zwellingen. Zij ontftaan ongemerkt, en wel dra is de uitpuiling zeer zigtbaar.

Men moet deze gezwellen niet verwarren, vooral de Knoopgezwellen , met de tophi, di Kalkhullen der Jigt, die zig aan de banden en aan de peczen hechten ; met die oneffendheden , welke de Gallus of Weer maakt, na de herceniging der beenbreuken; en met de beenwording der peezen op de plaats van derzelver inplanting, gelijk men dit zeer dikwils ziet gebeuren bij Stokouden.

De Scheurbuik en de Klier - of kropgezwellen kunnen deze zwelling der beenderen ook tc weeg brengen; de toevallen dezer ziektea E % Hjoê*