Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li Verhandeling over de Ontleedkunde.

CO Arteriavertebralis.CO Ar. teria pharyngéa fuperior.i3)Arteriaoccipitalis.(O Sinus cavernop.{i~)Eth. tnoida. les.

C)f«-

nee jugularesinterna.

O si-

tius longitudinalis fuperior.(») Laterales.i^Sitius reelus.

deel van het dikke hersfenvlies]. De achterfle worden gevormd van de werveljlagader (f) , op die plaats daar zy het bekkeneel ingaat door het groote achterhoofdsgat [alwaar zy zich op het achterfle gedeelte van het dikke hersfenvlies verfpreidt], en de andere veel kleinere komen van de bovenfte keeljlagader (O, van de achterhoofdsjlagader (3_) , van de achterfle flagader der holle [of wiggebeens boezems (4)] , en van de voorfte en achterfle zeefbeenfche (_*_)• De aders van het dikke hersfenvlies vergezellen deszelfs flagaders [*]. Zy openen zich in de hersfenaders, of in de boezems in de dikte van dit vlies gelegen. Derzelver gooten , wier gedaante byna algemeen driehoekig zyn , ontfangen al het bloed van de hersfenaders , en ftorten het voornaamfte gedeelte 'er van in de inwendige halsaders (f). De oude hebben 'er maar vier gekend , welke zyn de bovenfte lange ('_), de twee zydewaard/che en de rechter boezem (9) ; maar men heeft 'er veel meer ontdekt, te weeten de benedenfle lange (,0), de achterfle achterhoofdfche , de bovenfte en onderfte fteenbeenfche (,a) , de kringswyze van de wiggebeenszadel ('O , de dwarfche van het achterhoofd (,4), en de cel' achtige of wiggebeenfche Q's).

De

[*] De oude Ontleedkundige hebben de aderen van het dikke hersfenvlies ontkend ; doch derzelver aanwezen hebben de opfpuitingen genoegzaam aangetoond.

CO Longitudinalis inferior. («O Occipitales posteriores. (") Petrofi fuperiores et inferiores. ('0 Circuiares fella turcica ('0 Occipitales transverfi, CO Cavernofi, Jive fphanoidates.

Sluiten