Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

saö Verhandeling over de Ontleedkunde.

£) Musculusmallet interma.

OFascicuti ner. yorum.

de inwendige hamer fpier (') gaan, en naar die van den ftygbeugel, welke daarenboven het trommelkoord voortbrengt. Het onderfte en wydfte gedeelte van het uiteinde der gehoorbuis T levert drie diepten of uithollingen op, ééne onderfte en voorfte wydere, en twee bovenfte naauwere, waarvan 'er ééne van vooren, en de andere van achteren gelegen is. De drie ze~ miwbondels ('), waarvan het zagte gedeelte der gehoorzenuw famèngefteld is, worden van ieder dezer ontfangen. De onderfte, welke de weekfte is, verdeelt zich in een groot aantal draaden, die het binnenfte van het flakkenhuisje indringen, door de gaten waarmede de bodem dezer holte doorboord is. De twee bovenfte neemen beide hunnen intrek in het portaal des doolhofs; doch de achterfte verdeelen zich voornaamelyk in de drie halve krings-kanaalen. Deze drie bondels verfpreiden en verliezen zich op het beenvlies, waarmede de onderfcheidene deelen van het doolhof bekleed zyn.

D e ooren zyn de werktuigen van het gehoor. De geluiden, welke de voorfte vlakte van het oorblad aandoen, worden op eene verfchillende wyze wedergekaatst door den omtrek van dit deel, en naar de uitwendige gehoorbuis gericht. Zy roeren het trommelvlies, waarvan de fpanning, naar maate de klanken doffer of fcherper zyn, veranderd wordt. Dit vlies deelt haare roeringen de gehoorbeentjes mede, en door middel van den ftygbeugel, die de laatde deezer beentjes is, en welkers voetftuk op het eyronde venster rust, deelt het dezelve mede aan het vocht, het welk in het doolhof befloten is, en aan de takfpreidingen van het zagte gedeelte der gehoorzenuw, die in de onderfcheidene gedeelten dezer

hol-

Sluiten