Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.508 Verhandeling over de Ontleedkunde.

van den blinden darm van vooren en van achteren omvatten,en welker takfpreidingen dezelve diep genoeg indringen, opdat men zou kunnen gelooven dat zy haaren weg tot aan het klapvlies van den blinden darm voortzetten.

Als de bovenfte darmfcheilflagader onder het kleine fcheil gekomen is, fluipt zy links rechtwaardsch tusfchen de twee laagen van hec darmfcheil, en befchryfc eenen boog , welkers holte naar den rechter kant, en welkers bolte naar den linker kant gekeerd is. De darmbeenfche kronkelflagader is de eenigile tak , die van deszelfs holce oorfpronkelyk is; doch van deszelfs bolce Hammen 'er veele af. De eerfte zyn zeer kort, de volgende worden allengsjens langer, doch de laatfte worden korter , en, omtrent het end van het darmfcheil, ziet men niets meer dan den ftam der flagader van welke ik fpreek, die inmonding met de darmbeenfche kronkelflagader gaat maaken, zoo als gezegd is. Het getal dezer takken is onzeker, fommige tellen 'er twaalf, en andere vinden er tot twintig , het geen van de wil des waarneemers afhangt, volgens dat hy hen, die marden langen darm gaan,mede telt of overflaat Derzelver fchikking is zoo geflelddat elk in twee takken verdeeld werdt, welke zich mee de naastgelegen vcreenigen, om eenen boog te vormen. Andere takken , welke van de bolte dezer boogen afkomftig zyn, maaken kleinere, en minder talryke inmondingen. Dit heeft drievier-, en vyf maal plaats, totdat dc laatfte takken zeer naby de darmen komen. Deze boogen laaten, terwyl zy zich verdeelen, boo°sgevyyze ruimten van verfchillende grootce en Gedaante tusfchen malkander open. b

Ein-

Sluiten