Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard der Voorfpellingen, enz. 9

Meer ftellig èn uitdruklijk, hoewel niet beflisfcnde , zijn de berichten wegens den Profetcn-ftand ten tijde van Samuül, die, bij zijn ambt van Rechter of Leidsman, ook dat van Profeet, onder den ouden naam van Man Gods, of Ziener, bekleed heeft r» Van hem, die, als een alleroprechtst beminnaar van zijn vaderland, deszelfs welvaart zoo zeer op het hart droeg die, niet dan met weemoed , de weêrbarftigheid, niet dan met fehrik, de begeerte des Volks vernam, om den ouden republikeinfchcn vorm van PvCgceringe met eene koningrijke heerfchappij te vcrwisfeleu, 1'chijnt de

gevestigde ftand der Profeten voornaamlijk afkoomllig te wezen. Waarlchijnlijk bedoelde hij , door zoodanige inftclling, den te grooten invloed te beperken , welken de invoering van het eenhoofdig gezag, ten nadccle van den Burgerftaat, nu of naderhand , verkrijgen mogt. Hij kent immers den hoop, de meenigte van Profeten te Gtbèi O); Lij weet, hoe zij den Jongeling Saul zullen ontvangen ; hij zelf is aan het hoofd hunner vergadering (o). Hij, die de leemten der nieuwe regeering door en door kende, zal ook gewislijk de Zieners behoorlijk onderricht hebben, hoe zich aan het Hof en bij het Volk te gedragen; en, daar wij, ftraks na zijnen tijd, de Profeten Gad en Natuan

aan

O) i Sam. 111. 20. & IX. 6.

lbid. X. 5. (O Ib. XIX. 20.

A 5

Sluiten