is toegevoegd aan uw favorieten.

Kortstondigheid, vergangkelykheid en ydelheid van s'menschen leven in eene redenvoeringe over psalm 39, vs. 5, 6.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Psalm 39, vers 5, 6. 65

denken? zekërlyk koomt het daar van daan:

1. Om dat men zich inbeeld, dat, indien men .zoo veel, zoo geduurig aan fterven moest denken , dat dan dit leven , zoo Zoet en vrolyk niet zyn zoude, als men nu gewend is te leven; en dat men dan zyn beste levensdagen in treurigheid, angstvallig en zwaarmoedig zoude moeten flytèn. Maar zal het dan beter zyn, dat men om een kortftondig vreugdengenot van dit leven , niet op zyn einde merke, en wanneer de Dood onverwacht koomt, dan tegens de verfchrikkingen des Doods geen troost te hebben, en zich dan eeuwig te moeten beklagen, dat men in dit leven niet bedacht noch gezocht heeft, wat tot een eeuwigen vreede diend ? Leeft een , die als een Hechte of dwaze henen doorgaat, tot dat hy geftraft word, een genoeglyker en geruster leven , dan een kloekzinnig mensch, die het kwaad voorziet en zich in tyds verbergd? Het geene,

dat de dwaze mensch meind, hier de ruste E van