Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13* gedenkwaardigheden

de is mij nu volkomen ten deel geworden. Hij moe* wa^fen , maar ik moet afnemen.

[De Difcipelen van johannes konden het niet dulden, dat jesus zoo veel toeloop had. Maar johannes zelf, wiens eerbied voor den Heiland zuiver was , verblijdde er zich over. Nu wil Tlij ook zijne Difcipelen opwekken, om insgelijks verblijd te wezen , met de hooge achting , die velen toonden voor jesus, meer zelfs dan voor johannes, te hebben, door zich van dien te laten doopen. Hij doet dit met eene zeerfraaije vergelijking,, ontleend van eene Bruiloftsmaaltijd. Bij zulk eene plechtige gelegenheid is er maar één Bruidegom : en dat is Hij die de Bruid heeft. Die Bruidegom wordt bediend door zijnen vriend, die voorde aankomst van den Bruidegom alles in orde maakt, om den Bruidegom bij zijne komst wel te ontvangen. Zoo lang de Bruidegom er zelf niet is, heeft zijn Vriend het voorname gezach. Maar zoo dra de Bruidegom zelf koomt, is deze de Perfoon op wien elk ziet, van wien alles afhangt, wien de Vriend des Bruidegoms zelf alle eer bewijst, en over wiens komst Hij zich het meest verheugt. Nu vergelijkt johannes den Zaligmaker bij den Bruidegom ; die, als 't ware, zijne Gemeente ter Bruid heeft, (zie matth. XXV: i. — 2 kor. XI: 2. efes. V: 25 — 33,) en dien dus van een ieder de hoogde eer toekomt: zich zeiven daar en tegen {telt Hij voor als den Vriend, die den Bruidegom bedient; en die dan 't meest zich verblijdt, wanneer Hij hoort, dat de Bruidegom er is , en dat een iegelijk der Gasten den Bruidegom eere geeft. H.] [Hoe

Sluiten