Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 25 )

LA. a<

godsdiendigheid , waar door men geene pligten beoeffent, leevende in die zoo Hegte gedachten, dat het te vergeevsch zij den Heere te dienen, Mal: III: 14.

b. Kan 'er wel iemand aan twijffelen, of de Apostel ziet, het (lellen van zich zeiven tot eene leevende, heilige, en Gode welbehaagende offerande, aan als eenen redelijken Godsdienst1? en gij verlangt wel, dat ik u, wat dieper, in die waarheid inleide.

1. Hier zou ik uwen aandacht kunnen voordellen, hoe vroegere Geleerden dit Paulijnfche gezegde, uit de wijsbegeerte der Stöiken, verklaard hebben; want die fpraken van xhoyx ■xxSn van onredelijke hartstogten en drivten, waar tegen over zouden (laan de Atymti ^u%>j de redelijke ziel, Aoyty.y} Swa/Ms de redelijke kracht, en dan verwisfeit men wel xAoyx met trco/AXTixx, of onredelijke met lighaamlijke ; maar ik flaa dit voorbij, als 't welk weinig nut zou doen.

2. Liever verkies ik ulieden het een

en ander.

§. Van eenen redelijken Godsdienst

te melden.

II. Staat gij met mij niet in dat denkbeeld, dat die Godsdienst redelijk is, waar in niets (Irijdigs is, tegen het gezond menschlijk verdand, noch tegen zulke waarheden, welken het zelve voor waarheden houdt? evenwel benadeelt het de redelijkheid van den Godsdienst niet, wanneer 'er verborgenheden, waar van het eindisr en bekrompen menfchen-verdand het hoe, of de"wijs, waar op die zijn, niet bevatten kan, openbaart.

Die Godsdienst is redelijk, welks pligten, op B 5 eene

Sluiten