Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SCYLACIUM EN DER LOCRIERS. 29

oorlog tegen de Lucaniers voerende, deeze Landengte met een muur heeft begonnen te verfterken, gebruikende tot voorwendzel , dat hij hun , die binnen de Landengte woonden, zou beveiligen tegen de barbaaren buiten dezelve woonachtig, daar hij in de daad voor hadt , hunne onderlinge gemecnfchap te breeken , op dat hij gerust binnen de "Landengte zou kunnen heerfchen —-. doch, door de tusfchenkornst van hun, die zich buiten de Landengte onthielden , wierdt zijn werk ras verijdeld. (Cellarius Lib. II. cap. 9. Strabo Lib. 6.)

De Scylacifche Golf (Sinus Scylacius~) befpoelde hier de ftranden, zijn naam ontleenende van de Stad Scylacium, niet verre van de zee gelegen. Zij wierdt eertijds Scylletium genoemd, en was eene Atheenfche volkplanting , gedicht door hun, die de partij van den beruchten Mnestheus waren toegedaan. Haar naam is naderhand veranderd in die van Scilazo.

Ovidius zegt van haar:

praterque Lacinia temp!»

Nobilitata dea , Scyllaaque littora fertur.

Volgens Vondel:

■ en langs de kerk van Lacinije,

Befaemt door haer Godin , langs Scilles razercije. (*)

En het is twijfelachtig of Virgilius op dit Scylacium doelt, zeggende:

— Nau-

(*) Hier rchijntVondel in zijne vertaaling gedoold te hebban, door de rotS-Scylhv-inec dit gebergte te verwarren.

IV.

HOOFDSTUK.

Sluiten