Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 6 >

De Pikbroek-zal de zon ook voelen,

Ik heb van Heinneef wel gehoord, Men fchrikt op zee voor voetjes /poelen „

Al is het nog zo heet aan boord; En met een zwaar geweer belaaden

Als een zoldaat op Marfch tegaan,

Of uuren naa malkaar te ftaan En door de zon haast gaar te braaden:

Ik ruil niet, neen! ik ruil niet,neen.'

'k Ben met myn firapel wel te vreén»

My dunkt de klok floeg twalef uuren, De maag die maakt het my al bont,

Wel wyf! hoe kan het zo lang duuren, Zy denkt, wat honger is gezond.

Jaawel.' ik hoor de pan als ziflen. ik denk, wat moet 'er menig man, Die op zyn heil nog roemen kan,

Myn huizelyk geluk niet miflen ?

'k Vlieg na beneen, 'k vlieg na beneen* 'k Ben met myn wyfje wel $e vreên.

DE

Sluiten