Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit het Leven Van jesus. 29

klinkend metaal, en eene luidende fchel, dan zijt gij niets. Alle uwe , ock naar den uiterlijken fchijn goede handelingen, zijn onzuiver gebrekkig, en van baaren fchoonllen luifter beroofd , indien zij niet Uit geloof en dankbare liefde tot God haaren oorfprong nemen. IJdelheid , eigenbaat, eerzucht of de ijdele hope, om ze bij God in rekening te brengen, tegen den dag der algemeene vergelding, zijn er dan gemeenlijk de fterkfte drijfveeren van. Ach I hoe menig een houdt reeds op, het goede te doen, wanneer hij er geen tijdelijk voordeel bij vindt! Zonden, waarvan hij gelooft, dat zij verborgen blijven j en hem in haare naaste gevolgen niet fchaden zullen, begaat hij dan, zonder fchroom. Hijiskuischj matig , eerbaar , maar hij is het enkel, omdat, eri zoo lang zijn tijdelijk belang het hem gebiedt. 11ij is weldaadig , maar enkel om daar mede te pralen én te pronken; goedaartig jegens éénen mensch, maar1 veellicht hard en wreed tegen anderen; de beleefde bevallige man in gezelfchappen , maar mogelijk de dwingeland in zijn eigen huis. J

Maar hij, ( de wetgeleerde, wiens hoogmoed door dit korte: doe dat! toch min of meer beledigd was, en die daar voor niet aangezien wilde zijn, ah of hij tot hier toe dit voorfchrift der Godlijke wet "niet had waargenomen,') zeide, om zijne deugdzaamheid te toonen, (en tevens door eene tegenvraag het vermoeden van zich af te keer en , als of hij zich getroffen voelde,) tegen jesus: Maar wie is mijn naaste?

[Ook hier hadden de Farize'ên en leeraars izxjoo. den de wet van God weten te verdraajen, en naar

hun

Sluiten