Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET LEVEN VA*N JRSUSi *4?

nen, gelijk oók niemand van ulieden tot ons bvéi> komen kan.

[Volgends die alöüdei onder Joden en Heidelidi heerfchende verbeelding, waren er in de onderaardfche wereld , daar zij de afgefctieiden zielen (telden j ook groote kloven en rivieren, Welke de woningen der zaligen Van het verblijf der verdoemden affcheidA den. — Daarmede wil jesus zeggen, dat het nchWlijk vonnis van God, en de vergelding, welke de menfchen in de toekomende wereld voor hunne da* den ontvangen, volftrekt Onherroepelijk en onveranderlijk isi]

Ach' ik bid ü, Vadér hernam' bij ï dat gij herii ten minften aan mijn vaders huis zendt, daar ik nog v f broederen heb, ten einde hij hen ^arfchuwe, opdat ook niet zij ééns in deze plaats van pijniging komen;

[O hoe vele duizend broeders heeft de rijke brasfer nog fteeds, en hoe velen zal hij er nog heb* ben! De gedachten aan de deelgenoten zijner fcfaènd» daden, welken hij, naar het fchijnt, zijne verdorven grondregels ingeboezemd, en die bij tot zonde verleid had, pijnigde hem thans zoo zeer, dat het hem een gedeelte der hel Was. Ach! welke fmeri: moet het voor' die rampzaligen zijn, ook dié genèti in de plaats der verdoemden te vernemen , die zij tot een fnood leven verleid hadden, aati Wier ver* doemenis zij fchuld hebben ! Welken fmert moet Hef èenën godlozen vader veröorzaaken , wanneer hij zimen, in de opvoeding verwaarloosden Zoon* vdor

4 K 2 zich

Sluiten