Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uït hèt Leven van jesus. 515

hebben, wat ik tot hun gefproken heb. Dezen weten toch , wat ik geleerd heb. Als jesus dus Tprak , (en hoe redelijk en hefcheiden ook dit antwoord was, echter) gaf hem een, daarbijftaaude Gerechtsdienaars een kinnebakllag, met deze woorden: 1% het geoorloofd , den Hoogenpriester dus te antwoorden?

[De man zag, welke gezindheden in den Hoögeti "Raad heerschten, ert zocht zich daardoor geliefd te maken. — Nog (leeds is de hoop van zulke laagdenkende en kruipende vleij'ers groot, welke zich, bij Grooten én Overheden, of andere perfoonen, daar door bemind willen maken, dat zij hunne onzuivere hartstochten goedheeten 5 denzelven allen dienst doen , hun naar den mond praten, en naar hun voorbeeld de grootfte fchendaden en Onrechtvaardig^ heden begaan. Bewaar mij, mijn God! voor zulke laagheden! Maar gij, aanzienlijken onder het volk! veracht hen, en fchat integendeel den man hoog, die u, zondet menfchenvrees , de waarheid zegt* en u voor groote zonden zoekt te bewaren! ] [En gij, Christen! fpreek met voorzichtigheid, en Vrijmoedigheid! Christen-Leeraar! predik in Kerk en Schole , zoo als het eenen Dienstknécht van christus past, en zoo, dat Gij U, even als jesus, altijd met een gerust geweten beroeper! kunt op allen j die U gehoord hebben; H.]

jesus (wien ook hier zijn geduld en bedaardheid met verliet,) zeide (op eene deftigen toon,) tot hem: Indien ik kwalijk gelproken heb , v/elaan; bewijs het mij, dat het kwaad zij; maar heb ik wel gefproken, waarom flaat gij mij dan?

Kk a fÖri-

Sluiten