Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT HET LEVEN VAN JESUS. 519

«enegodvruchtigehouding, en een" deftigen toon aan:) Ik bezweere u bij den waren leevenden God, dat gij ons recht uit zegt, of gij de me ssi as, de Zoon des hoogstgeloofden Gods, zift? En nu gaf jesus bem overluid ten andwoord: Ja, die ben ik!

[Dit was nu de laatfte plegtige en openlijke belijdenis eener waarheid, waarvan jesus voor uit zag, dat zij bem het doodvonnis op den hals zou halen.] [ Want in de oogen zijner vijanden, was het Godslastering , dat de nederige jesus de MEssias en Gods Zoon zijn zoude. Daarom eifchen zij hem thans zoo plegtig af, dat hij, opzijn geweten, onder de verbindtenis van eenen eed, zeggen zou, of hij de MEssias was. jesus, die thans naar den wil van zijnen Vader den dood lijden wilde, fchroomt niet te belijden, wie Hij is , en toont zijnen eerbied voor God, door op den eed naar waarheid te andwoorden: Ja ik ben Gods Zoon, ik ben uw mes6i as. H.J

Ja, ik verzeker u zelfs, (dit voegde hij nog bij deze belijdenis:) van nu aan zult gij < door duidlijke bewijzen,) ervaren, dat (ik) de Zoon des menfchen aan de rechtehand des ahnagtigen Gods verheven ben, van waar ik (als uw Rechter) komen zal op de wolken des hemels.

[Meermalen wordt de Godheid in de Boeken des Ouden Testaments voorgefteld als komende op de wolken , om aan te duiden de heerlijkheid en majefteit met welke Hij zich doet kennen , als de Regeerder der wereld. Zoo wierd aan danjcl ook de mess 1 as vertoond (H. VII.) onder Kk 4 den

Sluiten