Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxii voorbereidzelen tot verklaaring.

Paulus, naar de wijsheid, die hem gegeven is, ulieden gefchreven heeft. Maar , wat bewijs ligt hier nü in ? Dus redeneer ik: Petrus fchrcef dezen tweeden Brief aan die zelfden , aan welken hij zijnen éërften Brief hadt gefchreven. Hoofdft. Ml: U Dezen tweeden Zendbrief , geliefden, fchrijve ik nu aan u, in welke [beiden'} ik , door vermaniuge, uw oprecht gemoed opwekke. Maar nu, den ceriïen Brief, fchrcef hij aan Christenen uit de Jooden. 't Is waar, de genen, aan welken deze Apostel fchrcef, worden van hem aangemerkt, als menfehen, die te vooren in onwetendheid waren i Pet. ï: 14. die eertijds Gods volk niet weren II: 10. die zich, voorheen, hadden (chuldig gemaakt aan grouwelijke afgoderijen IV: 3. en een geleerd man befluit hier uit, dat Petrus gefchreven hebbe aan gelovigen uit de Heidenen; een gevoelen , dat ook van meer anderen is aangenomen.

Doen, wanneer men het Opfchrift van den ecrftcn Brief behoorlijk overweegt; als men zijne aandacht vestigt op de benamingen van vreemdelingen, die in de verftroojinge zijn, en hier mede vergelijkt het Opfchrift van den Brief van Tacobus , daar hij fchrijft, aan de XII ftammen, die in de verftroojinge zijn; als men, eindelijk, let op verfcheidene bijzonderheden, in deze Brieven voorkomende : naamlijk, het bijzonder gebruik, dat Petrus maakt van de fchriftcn des Ouden Testamcnts, als bij hen bekend en aangenomen ; de tegenftelling tusfehen hen en die Jooden , welke den hoekfleen der kerke verworpen hadden 1 Petr. II: 7. de benoeming van Koninglijk Priesterdom en heilig volk , aan hun gegeven,

-vs. 9.

Sluiten