is toegevoegd aan uw favorieten.

Emile, of Verhandeling over de opvoeding.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128 Emile of FerhankKng

fpraak-werkmigen der boeren anders gefchapen dan de onze? Neen, maar zy zijn op een andere wijs geoeffend. Over het glasraam van mijn kamer ligt een ftuk land, op 't welk de kinderen der Plaats by een komenomtefpeelen. Schoon zy ver genoeg van my af zijn, verfta ik echter al wat zy zeggen, en trek ik daar uit niet zelden goede bouwftof voor dit gefchrift. Dagelijks vind ikmyne oorenbedrogen, omtrent hun' ouderdom; ik hoorde Item van een kind van tien jaaren, ik kijkuit, en zie de grootte en trekken van een kind van drie of vier jaaren. Ik zeg dit niet alleen uit myne ondervinding. Alle de ftedelingen die my komen zien, en door my daar over onderhouden worden, vallen met my in dezelfde dwaaling.

De oorzaak derzelve is, dat in de ftad de kinderen, in een kamer en onder 't oog van een beftuurder, tot hun vijf of zes jaaren, opgebragt, maar behoeven te mompelen, om zich te doen verftaan; zoo dra zy hunne lippen maar verroeren, doet men reeds moeite om hen te verftaan; men zegt hen woorden voor, die zy kwalijk nafpreken, en, door *er fterk op te letten, gisfen de perfoonen, die altijd by hen zijn, eerder wat zy hebben willen zeggen , dan wat zy gezegd hebben.

Op het land gaat het gantsch anders; een boerin

is

meen gebrek der landlieden, maar men zal veeltijds ondervinden, dat deze de lettergreepen en woorden niet fcherp en onderfcbeiden genoeg uitfpreken, en zy ook gemeenlijk iets van eenen fieependen of Jymigen toon ia hunne uitfpraak hebben. Ehlers.