is toegevoegd aan uw favorieten.

Emile, of Verhandeling over de opvoeding.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de Opvoeding. II. Boek. 203-.

zijn, indien 'er eenige oeffenirig (ftudie) ' was p welke-niecs dan het gezicht vereischte; maar ik. hen rer geene zoodaanige.

't Is een nog belachlyker .dwaling dat men hen de .gefchied-kunde laat beoeffenen; men verbeeld zich dat de gefchiedenisfen binnen het bereik hunner vatbaarheid zijn, om dat ze niets anders zijn dan een byeenzameling van gebeurde zaaken; maar wat verftaat men door dat woord gebeurde zaaken (faits)ï Meent men dat de betrekkingen, door welke de gebeurde daadzaaken bepaald zijn, zoo gemaklijk begrepen kunnen worden, dat derzelver denkbeelden zonder moeite aan 't verftand der kinderen te brengen zijn? Meent men dat de waare kunde der uitkomften kan worden afgefcheiden van die der oirzaaken? en der uitwerkfelen ? en dat 'er tusfehen de gefchied-kunde en de zede-kunde zoo weinig verband is, dat men de eene, zonder de andere, kan leeren kennen (oj Zoo gy in de

men-

zeker, dat, by de beoeffening der geographie, welker grondüag eene zoo wezenlyke betrekking op het zinruig des gezichts heeft, de reden en 't verftand, in vergelyking van andere weten fchappen, zeer weinig te doen hebben. Wat Rousseau in de volgende periode wegens de gefchiedkunde zegt fteunt even min op goede gronden. Ehlers. Resewitz.

(0) Ongelukkiger wyze vindt dit geloof plaats, of men handelt ten minsten by bet onderwijs, als of men het geloofde. Hierom wordt de .gefchiedkunde een plaag voor

de