is toegevoegd aan uw favorieten.

Emile, of Verhandeling over de opvoeding.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'$o4 Emile of Verhandeling

menfehelyke daaden niets anders opmerkt dan de Uiterlyke en enkel lighaamlyke bewegingen, wat leert ge dan toch door die gefchiedkunde? Volftrekt niets; en deze, van alle belang ontbloote, oeffening geeft u zoo min vermaak als onderwijs. Zoo gy de waarde der daaden naar derzelver zedelyke betrekkingen wilt fchatten, beproef dan om die betrekkingen aan uwe leerlingen te doen verftaan, en dan zult ge ras zien, of de gefchiedkunde voor hunne jaaren gefchikt is (p).

De

de jeugd, waar tegen dezelve, indien zy behoorlijk be. oeffend wierdt, haar aan den eenen kant het grootfle ver. maak te weeg brengen, en, aan den anderen kant, van de grootfle nuttigheid voor haar wezen zoude. Trapp. Stuve,

Doch Rousseau zegt immers, dat de gefchiedenisfengeheel niet voor de jeugd gefchikt zijn. Zekerlijk zijn de ftaatkundig redeneerende zulks niet, en deze zijn indedaad voor maar weinige menfchen gefchikt,. om dat de meesten weinig of niets daar van begrypen. Doch waarom zoude een echt zedelijk verbaal van merkwaardige gebeurtenisfen voor kinderen van zekere jaaren ongefchikt wezen, daar zy het zelve nogthans begrypen kunnen, en het daar en boven voor hun hart en verftand leerzaam is. Het ia alleenlijk te beklaagen, dat de meeste gefchiedenisfen die wy kennen enkel krijgs- en regenten-gefchiedenisfen, maar zelden menfehen-gefebiedenisfen, zijn. Resewitz.

(p) De reden en ondervinding ten minsten dat

aandeel't welk van beiden aan my ten deele is gevallen, en zulks meene eigenlijk aan ieder, die zich daar op beroept,

—— voe-