Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CCCCL.

Zijnde '.ene ver-

i VERKLARING VAN DEN BRIEF AAN

Hier toe heeft hij reeds, in bijzonderheden , aangetoond, dat de Heere , Christus , zeer verre, boven de Engelen uitmuntte, niet alleen, daar hij, als Gods gezant, in deze laatfte dagen, de zaligheid hadt aangekondigd , maar ook, in zoo verre, de verwerving, en toebrenging der zaligheid, aan hem, als het hoofd der kerke, was toebetrouwd. — Het één en ander hebben wij, bij de verklaring der twee eerde Hoofddoelen, opzetlijk, aangetoond.

Maar , de Apostel zal ook , in het vervolg , fpreken, van Moses , dien grootften der Profeeten, en , van het Adronisch Priesterdom , aan het welk de ftaatlijke uitoefening van den voorbeeldigen Godsdienst, onder Israël, op eene bijzondere wijze , was aanbevolen.

Hij befluit dan het voorgaande , en gaat over tot hetgeen, naar zijn ontwerp, nu volgen moest, met deze woorden , in den aanvang van het derde Hoofddeel: vs. i.

Hierom, heilige broeders, die der hemelsche roepinge deelachtig zijt , aanmerkt den Apostel en Hoogenpriester onzer belijdenis, Christus Jesus.

Deze woorden behelzen eene nadruklijke vermaning aan de Hebreen, om, alsmenfchen,

die,

Sluiten