Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. III: vs. 2—6". 33

van daar, dat Israël, in volgende eeuwen, het gezag van Moses , boven dat van alle andere godsmannen, in kerk en burgerftaat, heeft blijven eerbiedigen.

Dat, insgelijks, het werk van Christus: en zijne getrouwheid daar in, zich uitftrekt tot geheel Gods huis, zal, in 't vervolg, blijken. Alleen dient, hier, eene bedenking weggenomen te worden. Zij is deze: „ Zo „ geheel Gods huis de gantfche Kerk is, kan „ dan van Moses gezegd worden, dat hij ge,, trouw is geweest in geheel Gods huis ?

Ik antwoorde , met onderfcheid. Voor-

naamlijk bepaalde zich zijn dienst tot de Israclitifche kerk, zoo als die beftondt, van de wetgeving op Sinaï af, tot op de komst van den Messiüs: maar te gelijk was Moses ook dienstbaar aan de belangen van die zelfde Kerk, zoo als die zou beftaap, na de komst van den MessiSs. Dit zal ons, vervolgends, blijken uit het 5 vers.

Dan, terwijl men, het geen, hier, ten aanzien van Moses, in bedenking komt, ook op den Middelaar zou kunnen toepasfen, zoo wordt met reden gevraagd: ,, Kan van den Heere Christus, (die, eerst, na verloop „ van vele eeuwen , in de wereld kwam) ,, naar waarheid gezegd worden , dat zijn werk, en zijne getrouwheid in hetzelve,

III. Deel. C „ zich

Sluiten