is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nxxvm.

Alwaar verhittering en verzoeking was voorgevallen , in de woestijn.

nxxix. Alwaar de vaders God verzocht en beproefd hebben.

Il8 verklaring van den brief aan

Die verbittering, die verzoeking, was voorgevallen , in de woestijn van Arabïè. In

die woestijn, daar God hen, in vrijheid, hadt gefield, daar hij de kennelijkfte blijken gaf, van zijne waarheid en trouw, daar hij, door achterëenvolgende wonderen , zijne goedertierenheid aan Israël verheerlijkte. In die

woestijn, was een Meriba, een Masfa, daar Jakobs nageflacht den Heere getergd, en hem verzocht hadt; maar ook ter zeiver tijd, zich hadt fchuldig gemaakt, aan verharding des harten.

Dit is het onwaardig gedrag , dat wij, hier, gemeld vinden. Alwaar mij uwe vaders verzocht hebben enz.

Wie hier fpreekt, is van zelve blijkbaar. Hij, wien Israël, in de woestijn, verzocht, en verbitterd, heeft, is de God van Israël. Ondertusfchen, of wij, naar het oogmerk van den Psalm, meer bepaaldelijk, aan God, den Zoon, dien Engel van Gods aangezicht, te denken hebben, flaat ons, in het vervolg, te onderzoeken.

Het is, tevens, blijkbaar, dat zij, die, in dezen Psalm , van God worden aangefproken, tot Jakobs nageflacht behoren, nako.

melingen van onwaardige voorouders.

Uwe vaders, zegt God. -— Het Joodfche

volk