is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

230 verklaring van den brief aan

val van ongeloof, dreigde, eenigzins te verzachten. Hij kon gezegd hebben : opdat niet iemand uit u van de eeuwige ruste uitgefloten worde. Maar, fchoon hij , naar de mening van deze Uitleggers, dit bedoelt, hij drukt, evenwel, zijne mening zachter uit, het is: opdat niet iemand van u fchijne achtergebleven te zijn.

Nog zijn er, die denken, dat Paulus, op deze wijze fprekende, de Hebreen afmaant, van allen fchijn des kwaads. Elk van hun moest zoo lopen, in den weg der godzaligheid, dat men, zonder eenigen fchijn voor / het tegendeel, van hem zeggen kon: hij is een waar Christen!

Schoon deze opvatting mij het meest behaagt, kan ik er echter, niet volkomen, in berusten. Het kwaad, waar tegen de Apostel zijne Hebreen waarfchuwt, en zulks, uit aanmerking van het oordcel , dat hunnen voorvaderen, in de woestijn, was overgekomen, is wat meer, dan de fchijn des kwaads. Zulke zonde bedoelt de Apostel, die, wanneer zij blijkbaar is, in eenig mensch, alle, reden geeft, om te denken, dat zulk een mensch, gewislijk, verloren gaat; te weten, wanneer hij , in die zonde, volhardt.

Het is de moeite wel waardig, hier bij, een weinig ff.il tc ftaan. Onze Apostel zegt,

1 Kor,