is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. VI: vs. i, 2. 229

gebracht: zeker, niet alleen voor zich zei ven, maar ook, als het hoofd van zijne gemeente, voor alle de leden van zijn verborgen ligchaam; om hen, ten genen' dage, zijner onfterflijkheid en heerlijkheid deelachtig te maken. En, wat aangaat het eeuwig Oordeel; dat vinden wij, in de fchriften van het N. T., aangekondigd, met deze nadere bepaling, dat aan Jesus Christus.al het oordeel is overgegeven, en dat hij, gekomen zijnde in de heerlijkheid van zijnen Vader, het gericht zal houden, om eeu' iegelijk te vergelden, naar zijne werken.

Hetgeen dus ver is aangemerkt, zal genoeg- nc^r.vir.

b Dilfunda-

zaam zijn, om dat beginzel der leere van ment moet. Christus, of wel, dat fundament, te lee- te!'de§el°ren kennen, waar van de Apostel fpreekt — /^L-. niet Hetgeen hij nu afmaant, is, dat fundament ^deröm wederom te leggen. Dat fundament was, voor- 00 ' heen, gelegd, door het onderwijs der Apostelen; en, van de zijde der Hebreen, door zulke erkentenis en geloof, als in een eerst-

beginnend Christen verëischt werdt Dit

nu wederom te willen leggen, met overhoophaling van voorheen wel gelegde gronden, zou onvoeglijk , en zeer nadeelig zijn. Het is dan: niet wederom leggende het fundament van de bekeering enz, En, hier mede verklaart Paulus nader, P 3 wat