is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaring van den brief aan de Hebreen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen hoofdd VI: vs. I, 2. 23!

„ werken, en in God te geloven? hebben wij „ recht leeren denken over het zegel onzer „ inwijding in Jesus Kerk, en onzer be„ kwaammaking tot zijnen dienst, den heili,, gen Doop, en de oplegging der handen? „ zijn wij, door zijne opftanding, ten vol,, len verzekerd, van onze heerlijke verrijze,, nis, en verwachten wij hem, als dien Rich„ ter, wien het oordeel, tot ftraf der boo„ zen, en vreugd der vroomen, van den Va,, der is overgegeven ? — dat alles is noodzaak„ lijk en heilrijk, het is het fundament, dat ,, altijd gelegd moet blijven; dan, hier aan, ,, op nieuw te arbeiden, komt niet te pas, „ en zou nadeelig zijn: wij moeten op dezen „ grondflag voortbouwen , wij moeten toe„ nemen in kennis, geloof, liefde, en hei„ ligmaking. Dat eischt or.s eigen belang. „ Laat ons dan tot de volmaaktheid voort„ varen." En (zegt de Apostel, in het volgende derde vers:) Drr zullen wij doen, indien het God toelaat.

De vraag is, wat het zij, dat de Apostel dccclvih. voornam te doen? Zulks-moet, uit het vori- zes(

f li- Paulus,

ge, worden opgemaakt. Daar lprak hij van cUt zuilen een voortvaren tot de volmaaktheid; en van een W'J doen' wederom leggen van het fundament.

P 4 Ve-