Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. VI: vs. 4—6. 239

/ '

dan, uitwendig hun geloof verzaakten, het zij, door den Afgoden te offeren, of, denzelven reukwerk aan te fteeken. Deze menfehen, vermids zij niet, dan gedwongen, tot zulk een misdrijf gekomen waren, begeerden, naderhand, wederom tot de gemeenfehap der Kerk aangenomen te worden : maar, wilden zich, aan de ftrengheid der kerklijke tucht, (die eene openbare en zeer moeilijke boetdoening, in zulke en dergelijke gevallen, toen ter tijd, afvorderde,) niet geern onderwerpen. Zij begeerden, derhalven, eene merklijke verzachting; en bedienden zich, om dezelve te verkrijgen , van de voorfpraak der genen, die, om het geloof, ter dood gebracht zouden worden; of ook van hun, die, ten kosten van eer en goed, den naam van Christus, voor de rechtbanken der Heidenen, ftandvastig beleden hadden.

Hier uit ontftonden hevige verfchillen in de Kerk. Verfcheiden Bisfchoppen waren voor de infchiklijkheid; anderen daarentegen vorderden eene geftrenge handelwijze met zulke afvalligen — Novatianus, een ouderling der Kerk te Rome, ging zelfs zoo ver, dat hij dezulken, die den Afgoden geofferd en gewierookt hadden , niet wederom, tot de gemeenfehap der Kerk wilde toegelaten hebben; en hield, met zijne volgelingen,

ftaan-

Sluiten