Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hebreen. hoofdd. VL vs. 13 — 15- ^3

hier door, hunne zwakheid te gemoet te komen, en het ongeloof alle gelegenheid te benemen tot verkeerde achterdocht, en moedbenemende twijfelingen.

Met zulk eenen eed nu, wierden de heer- nccccnr. lijkfte beloften aan Abraham bevestigd. En ^**°*eA" welk een gevolg hadt dit, bij den Aartsva- belofte der? Paulus zegt vs. 15. En alzoo langmoe- v^(e.gm diglijk verwacht hebbende, heeft hij de belofte verkregen.

Tot recht verftand van deze woorden, dient alvorens onderzocht, wat het hier zegge, de ^belofte verkrijgen.

Dat belofte, in het enkelvoud, met het meervoud, beloftenisfen, hier, gelijk elders, bijzonder Gal. III., verwisfeld wordt, is bekend; des men, onder belofte, te dezer plaats, aan eene verfcheidenheid van beloften te denken hebbe.

Maar, voornaamlijk wordt hier gevraagd, „ is het de belofte zelve, of, de beloofde zaak,

die Abraham gezegd wordt verkregen te „ hebben?"

Verkiezen wij het eerfte, dan is de zaak, die Abraham verkreeg, de belofte, zoo ver die, nu, met eede bevestigd was. Te voren hadt God meermaal de belofte aan hem gedaan, doch zonder eedzweering; dit had nu B 4 plaats,

Sluiten