Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 verklaring van den brief aan

het geestlijk Israël; een invoering van een beter heil, dan door het Levitisch Priesterdom wierd aangebracht, een volkomen zaligheid, die, om dat ze nog verwacht wordt, den naam draagt van eene betere hope.

Maar, 't geen nu, bijzonder, onze op^

merking vereischt, 't is deze invoering

van eene betere hope, zegt Paulus, waar door wij tot God genaken.

mlxxii. Wat zegt hier, tot God genaken? De fpreek-

't Is deze ...... , .

invoering "Wijze doet ons denken aan eene toenadering, eener bete- waar door men in de nabijheid van God door welke komt, en gemeenfchap met hem heeft. Om wij tot God de zaak, in haar gewigt en belang, nader te gena en. befchouwen, moeten wij deze volgende bijzonderheden wel onder het oog houden, 's Menfchen waar geluk is gelegen in de gemeenfchap aan God. Hij alleen is de bron van zaligheid. Zijne gunst, zijne goedertierenheid, is niet alleen beter, dan alles, wat de wereld, heeft en geeft, maar zelfs beter, dan 't geen, boven dat alles, den mensch het dierbaarfte is, zijn leven. Dat erkent David in den LXIII. Psalm, en Asaph was van het zelfde oordeel, als hij dit betuigde, Ps. LXXIII. Wien heb ik [nevens u] in den hemel? nevens u gelust mij niets op aarde; en: mij aan¬

gaande, 't is mij goed nabij God te wezen. Maar,

om

Sluiten